|
|
|
Voorbereidings -en controlehandelingen
(binnen en buiten de auto) In- en uitstappen, autogordel, afstellen spiegels Zit- en stuurhouding, stuurbehandeling Motor starten en afzetten, dosseren gaspedaal Kijktechniek (scan), sturen Ontkoppelen, schakelen, koppelen Vertragen, remmen, stoppen |
|
|
|
Kijktechniek, gebruik van spiegels |
|
|
|
Rijstrook wisselen en andere zijdelingse verplaatsingen Inhalen en voorbijgaan In- en uitvoegen, rijden op auto(snel)wegen Naderen, oprijden, verlaten van rotondes Gedrag op (woon)erven en 30 km zones Naderen en oversteken van een spoorwegovergang Naderen van en gedrag bij voetgangersoversteekplaats Gedrag bij tram- en bushaltes Herhaling bijzondere verplichtingen, herhaling kijktechniek |
|
|
|
Rijden in schemer en bij nacht, in moeilijke
omstandigheden (tunnel, zijwind) zelfstandig een route rijden, rijvoorbereiding, routeplanning, kaartlezen Rijden in bijzondere omstandigheden (regen, mist, sneeuw, ijzel) rem- en stuurtechnieken, remmen en uitwijken, noodstop, bermrijden defensief rijden, aangepast en besluitvaardig rijden milieuverantwoord rijden ('het nieuwe rijden') |