Iedereen die voor het eerst een nederlands rijbewijs haalt, valt onder
de 'regeling beginnende bestuurders'.
Voor de beginnende bestuurders gelden de eerste vijf jaar strengere
regels. De nieuwe weggebruikers krijgen een strafpunt als zij worden
aangehouden vanwege bumperkleven, een snelheidsoverschrijding van meer
dan dertig kilometer per uur, een alcoholpromilage van 0,8 en hoger
en het veroorzaken van ongevallen waarbij doden of gewonden vallen.
Het rijbewijs wordt geschorst als iemand voor de derde keer is aangehouden
en veroordeeld.
Blijkt uit het daaropvolgende rijvaardigheidsonderzoek dat de beginnende
bestuurder niet rijvaardig is, dan wordt het rijbewijs ongeldig verklaard.
Het rijvaardigheidsonderzoek bestaat uit een theorie- en een praktijkgedeelte.
Naast educatie staat de kwaliteit van het rijgedrag tijdens het onderzoek
voorop. Als de rijvaardigheid en theoriekennis onvoldoende zijn, moet
de kandidaat opnieuw een volledig examen doen. De kosten voor het onderzoek
komen voor rekening van de overheid.